Toen ik midden op de weg lag
Toen dat moment in de weg lag
dacht, dacht, dacht, dacht
Oneindige stroom
Aan het eind alleen maar valse hoop

Toen ik mijn handen bebloed
Een gat in de deur, scheur
Blikken van afkeur
Toch een nieuwe deur geopend

Zag mezelf praten met mezelf in de derde persoon
Vloog met een soort gewetensdrone

Ben je een winnaar als je niks te verliezen hebt
Als je wil stoppen met stoppen
Maar iedereen probeert je daartegen te stoppen
Hart werkt aan de waarheid, niks blijkt te kloppen
Het enige wat nog lukt is alles opkroppen

Tot dat moment
Dat alles eruit kwam
Die derde persoon terug op nummer 1 dan
Niet meer verlangt
Maar kort observeert
Geluk aan jezelf serveert
Boven- of onderhands
Het maakt niet meer uit
Onderhandelen, onder andere
Met mezelf, gebeurd nog van tijd tot tijd
Gelukkig korter dan het lijkt
Geluk ligt voor het oprapen als je er naar rijkt
Het niet willen snappen, is wanneer je het begrijpt